© Agrarische Natuur Vereniging Groene Oogst

Akkerranden

Zeeland is van oorsprong een provincie met veel akkerbouw. De akkernatuur is hier relatief nog goed vertegenwoordigd. De Zeeuwse akkers vormen één van de bolwerken voor veel planten en dieren.

Akkerranden waren tot enkele jaren terug van 3 meter  tot 6 meter verbreed. Momenteel zijn de randen minimaal 9 en maximaal 12 meter breed. Ook zijn er randen tot maximaal 25 meter breed, deze zijn voor doortrekkende wintervogels. De randen van 9-12 meter worden benoemd als leeuwerik en patrijs. Beiden hebben ze een aparte status voor het ingezaaide en ook voor onderhoud. Zo heeft een leeuwerikenrand graan, kruiden en een grasstrook. Bij de patrijzenrand is er in een braakstrook, een gras- en een kruidenstrook voorzien. Tevens hebben deze randen een aparte behandeling in het onderhoud.  


Voor alle randen geldt een meerwaarde: voor de natuur, voor de burger en voor de agrariër. Planten,  insecten , vogels en zoogdieren  profiteren ten volle De burger geniet van de beleving als passant in de polder , en de agrarier heeft tevens voordeel bij het ontzien van oppervlaktewater, en de boer lift mee in de insecten  bestrijding van zijn gewas ,door natuurlijke vijanden vanuit de akkerrand.


Akkerranden leveren voor een teler geen echte economische meerwaarde op, subsidie is dus noodzakelijk om akkerranden aan te leggen en onderhouden.  


De vorm, levensduur (een- of meerjarig), het gewas wat vervangen is en de voorwaarden van een rand bepalen de jaarkosten van een akkerrand.


Meer informatie m.b.t. subsidies, de hiervoor aangewezen gebieden en voorwaarden kunt u hier vinden.

Subsidieregeling